Amsterdam-Rijnkanaal bestaat 65 jaar

Het drukst bevaren kanaal van de wereld bestaat 65 jaar. Eigenlijk wordt de route al eeuwen gebruikt, maar 65 jaar geleden werd er een bredere en betere vaarroute van gemaakt. In 1931 ontstonden de plannen daarvoor, maar in 1952 werd het 72 kilometer lange Amsterdam-Rijnkanaal pas geopend. Op 21 mei 1952 voer het koninklijk jacht Piet Hein door de sluis bij Tiel: zo opende koningin Juliana het ARK officieel en nam Prins Bernhard ‘zijn’ Bernhardsluis in gebruik.

Het Amsterdam-Rijnkanaal verbindt het IJ in Amsterdam met de Waal bij Tiel. Het kanaal is een belangrijke verbinding op de route tussen de Amsterdamse haven en het Ruhrgebied in Duitsland. Het Merwedekanaal was de verbetering van de Keulse vaart, die via de rivier de Vecht bij Amsterdam uitkwam. In 1917 startte er al een discussie over verbeteringen, vooral vanwege de vele draaibruggen en de beperkte breedte van het kanaal.

In 1931 bleek het in 1892 in gebruik genomen Merwedekanaal zijn top echt bereikt te hebben. Plan-Mussert werd in gang gezet. Het was bedacht door hoofdingenieur Anton Mussert van de Utrechtse Waterstaat (en die inmiddels ook politiek actief was met zijn partij NSB). Door tussen Amsterdam en de rivier de Lek het waterpeil op één niveau te brengen en daarmee de sluizen weg te laten, kwam er een rechtstreekse, kortere route en kon belangrijke vaartijdwinst worden bereikt.

 

Werkverschaffing

Door de crisis en de oorlog was het ARK pas in 1952 volledig klaar. Veel grondwerk voor het uitgraven van het kanaal en het aanleggen van de dijken was in de dertiger jaren begonnen. In de zogeheten werkverschaffing werden duizenden werklozen aan het werk gehouden. Tot aan de vijftiger jaren toe was het aan de gang houden van werklozen zo belangrijk dat veel graafwerk met de hand werd gedaan.

Het stukje tussen Utrecht en het Lekkanaal was in 1938 klaar. Het noordelijk deel van het kanaal, van Utrecht naar Amsterdam, was feitelijk het oude, maar verbeterde Merwedekanaal. Tussen 1965 en 1981 werd het kanaal verbreed tot 100 à 120 meter en aangepast aan de schaalvergroting van de scheepvaart. Vierbaksduwvaart was vanaf 1981 mogelijk.

De knelpunten voor de scheepvaart die toen overbleven, waren de Demkabocht en de Zeeburgerwaterkering uit 1958. De Keerschuif was maar 50 meter breed en de Demkabocht (bij kilometerraai 33) is nu 90 meter breed. In de periode van 1989 tot 1994 is het kanaal geschikt gemaakt voor scheepvaart met een diepgang van 4 meter. De Demkabocht bij kilometerraai 33 is voor de scheepvaart een scherpe bocht en staat op de nominatie om aangepakt te worden, naar verwachting vanaf 2019.

 

Spuien

Het drukst bevaren deel van het ARK is het noordelijke deel vanaf het Lekkanaal en de Beatrixsluis naar Amsterdam. Een andere plaats waar het kanaal op de Lek aansluit, is bij verkeerspost Wijk bij Duurstede. Na het oversteken van de kruising kom je op het Betuwepand; hier ligt normaal gesproken de waterstand op gelijke hoogte van de Lek. Soms wordt bij extreem hoogwater de keerschuif bij de Prinses Marijkesluizen en de sluizen gebruikt. Bij Tiel aan de Waal staan de Prins Bernardsluizen.

Het kanaal maakt deel uit van de waterhuishouding in Nederland. Bij hoogwater op de Rijn wordt water op het Markermeer gespuid. Daarnaast wordt er water gespuid bij IJmuiden, daardoor blijft ook het Noordzeekanaal zoet. Circa 1,5 miljoen mensen rond Amsterdam krijgen via het kanaal drinkwater.

Radarsysteem

In 1993 werd de verkeerspost Wijk bij Duurstede vervangen. In 2007 startte het verwijderen van de Keerschuif bij het Zeeburger eiland. Ook het sifon Zeeburg werd aangepakt. In 2014 werd dit project afgerond door het hele Zeeburger eiland af te graven. Hierdoor verdween de vernauwing en beperking voor de scheepvaart bij Amsterdam.

In 1995 was het gebied al aangewezen als sectorgebied. De veiligheid nam toe door de radarsystemen. Inmiddels is er nabij Maarsen, Wijk bij Duurstede en Zeeburg een sectorgebied. De volgende stap was het Kargo-project: de renovatie en vernieuwing van acht stalen boogbruggen. Door de verhoging is in de toekomst 4-laagse containervaart mogelijk. De bottleneck bestaat nu nog uit enkele spoorbruggen.

In totaal liggen er 43 bruggen over het kanaal. Spoorbrug Utrecht, ter hoogte van Leidse Rijn, wordt in opdracht van ProRail nieuw aangelegd, dit in het kader van spoorverdubbeling (Randstadspoor). Hij wordt in november geplaatst tussen de Hogeweidebrug en de huidige spoorbrug.

 

Toekomst

Door de toename en schaalvergroting van het scheepvaartverkeer wordt nu gewerkt aan een derde kolk voor de Prinses Beatrixsluis. Het korte Lekkanaal is een belangrijke verbinding voor de scheepvaart om vanuit Rotterdam naar Amsterdam te varen.

Woordvoerder Theo de Lange van RWS over de toekomstverwachting voor het ARK: “De beste illustratie voor een te verwachten forse groei van de scheepvaart op het ARK is de bouw van de Derde Kolk Beatrixsluis. Een groot deel van de Nederlandse snelwegen slibt in hoog tempo dicht. Economisch gezien wordt Nederland gedwongen steeds meer goederen over het water te gaan vervoeren. Niet alleen op het ARK, maar ook op de kleinere vaarwateren zijn er initiatieven om vervoer over water (weer) mogelijk te maken. Ook komen er steeds meer watergebonden bedrijven; de Utrechtse containerterminal op de Lage Weide is zeer succesvol.”

 

124 jaar schaalvergroting

De cijfers zijn veelzeggend en illustreren de schaalvergroting. In 1893 passeerden in totaal 48.197 schepen met een gezamenlijk laadvermogen van 3.535.000 ton de sluizen bij Vreeswijk. Het gemiddeld laadvermogen bedroeg 73 ton. In het tijdvak 1893-1903 bedroeg de toename van het aantal schepen bijna 50 procent, de toename van het gezamenlijk laadvermogen bijna 100 procent. Het aantal schepen dat in 1925 in Vreeswijk passeerde, bedroeg 104.633 ton met een gezamenlijk laadvermogen van 19.039.000 ton en een gemiddeld laadvermogen van 182 ton.

In 1953 passeerden totaal circa 74.000 schepen de Prinses Beatrixsluis in Vreeswijk goed voor een laadvermogen van 16,2 miljoen ton en een gemiddeld laadvermogen van 219 ton. In 2000 passeerden totaal 44.485 schepen de Prinses Beatrixsluis met een gezamenlijk laadvermogen van 59,1 miljoen ton en een gemiddeld laadvermogen van 1.329 ton.

In 2016 voeren er 91.495 schepen het kanaal op, waarvan 5.541 recreatieschepen. Met in totaal 77.172.454 ton lading en een gemiddeld laadvermogen van 2.180 ton.

Grofweg is sinds 1893 het aantal schepen verdubbeld en het tonnage van de schepen dertig maal zo groot geworden. De hoeveelheid vervoerde lading is in 124 jaar 53 keer zo groot geworden.

tekst en foto’s: Evert Bruinekool

 

GEEF JE MENING