Droomland

Ik sta op de brug van een containerschip. We varen stroomopwaarts; het landschap glijdt voorbij en is Hollands groen, afgewisseld met kleine dorpjes. Aan de dijk riet en veel vogels. Af en toe een schuur en soms wat rotzooi op de wal.

Ik mag niet sturen, een oude schipper doet zijn werk en het is stil. Er doemt een brug op; de schipper stuurt vakkundig door de middelste pijlers. Mijn blik valt op een raar huisje, midden op de brug. Op de gevel boven de deur hangt een bordje. ‘Arbeidsvoorwaarden’ en ik zie dat het huisje nieuw is en redelijk in de verf staat. Het is losjes gebouwd.

“Ik hoop dat het bestand is tegen het weer”, zeg ik tegen de schipper. Hij kijkt onverstoorbaar en hoort mij niet. Het landschap verandert langzaam, het wordt ruiger. Meer bossen en wildernis. Het wordt minder zonnig.

Op de kade staat een man, hij schreeuwt iets onverstaanbaars naar twee of drie toehoorders met borden, die gelaten luisteren. “Een demonstratie van een vakbond?”, vraag ik aan de oude schipper. Hij hoort mij niet.

Een sloepje komt ons tegemoet. Een groepje mensen, netjes gekleed, kijkt zwijgend en stoïcijns voor zich uit. Aan het roer zie ik drie armen, die onderling vechten om de koers. Ik vermoed dat ze ook naar de kade varen, maar ik zie dat het met tegenzin gebeurt. Misschien bereikt dit bootje wel nooit de bestemming.

Verder op de rivier is een zijarm. Een groot wit bord geeft aan dat deze leidt naar ‘Luxembourg’. Een tanker voor ons neemt dit vaarwater en verdwijnt onmiddellijk uit het zicht. Mijn oude schipper haalt zijn schouders op en zwijgt.

We varen verder en verder. Er staat een groot pand op de dijk. Eenvoudig in architectuur, maar robuust. Werkmannen zijn bezig om het dicht te timmeren. Grote houten schotten tegen de ramen, rood-witte linten tegen de voordeur. ‘Pensioengebouw binnenkort gesloten’, zie ik op een groot bord.
“Dat is toch raar”, schreeuw ik naar de schipper. Hij hoort mij niet.

Het weer slaat om, harde regen slaat tegen de brug. Door de druppels heen zie ik dat de vaarweg smaller en smaller wordt. We naderen een lage brug en ik weet dat dit niet gaat passen. Ik schreeuw weer naar de schipper om vaart te minderen, maar er staat niemand meer aan het roer.

Volledig in paniek wil ik het schip verlaten, maar de deur van het stuurhuis zit op slot. De brug nadert nu op enkele meters…en ik schrik wakker.




GEEF JE MENING

Wilt u liever reageren zonder registreren?
- Voer uw commentaar in
- Vul uw naam en e-mailadres in
- Vink "Ik reageer liever als gast" aan
- Druk op de pijl om de reactie te plaatsen.